Zevenheuvelenloop 2016

Daar zijn we weer, na een (trein)reis van een kleine 3 uurtjes, in Nijmegen.

Het is 20 november, de trein, het station en de stad worden overspoeld met mensen in trainingspakken en op hardloopschoenen; het is tijd voor de Zevenheuvelenloop 2016!

Vorig jaar ging het verrassend goed, ik voelde me niet sterk maar er verdwenen toch 4 minuten van m’n PR: 1:02:00. Dit gaf me meteen een mooi doel voor 2016: binnen het uur.

En zo ging ik 2016 in, het hele jaar hing de Zevenheuvelenloop achter in m’n hoofd.

De laatste maand ging het lekker, kijk maar naar de mooie 3e plek op Terschelling, maar behalve dat voelde ik me ook goed in de aanloop naar 20 november.

Tot de maandag er voor, mijn laatste pittige training. Even lekker gasgeven, dacht ik. Als ik de volgende dag uit bed stap, voel ik het meteen: m’n kuit verrekt. “Shit” denk ik, maar ook: “Ach, komt wel goed”.

De pijn wordt in de loop v/d week langzaam minder. Zaterdag besluit ik nog even een heel klein rondje te lopen. Ik voel het meteen, dit zit niet goed.

Maar goed, we zijn nu in Nijmegen en ik ga hoe dan ook lopen. Zo erg is de pijn tenslotte ook niet, sterker nog: ik voel eigenlijk niks.

Ik neem afscheid van Auke en Peter, loop naar m’n startvak en begin met m’n warming-up. Nog steeds geen pijn, zou het dan toch? “Ach, het maakt me niet uit hoe ik na de tijd loop, ik ga het halen!” zeg ik nog tegen Mike, terwijl we staan te wachten op het startschot.

Het is 13:00u, het startschot. De toppers gaan er als een speer vandoor, wij niet. Wij mogen schuivelend naar de startlijn. Vorig jaar kostte het me 10 seconden om over de start te komen, dit jaar iets meer: 53 seconden.

We zijn onderweg! “Waar is Mike?” denk ik meteen. Mike en ik hadden beide hetzelfde doel, dus konden we mooi bij elkaar blijven. Hij startte alleen iets voor mij, dus moest ik hem even zoeken. Na een tijdje zie ik hem lopen, aan de rechterkant. Voor wie niet bekend zijn met het parcours van de 7h-loop: Het begin is in tweeën gesplitst, je kan links of rechts van de middenberm lopen, dit is gedaan zodat de late starters de vroege niet in de weg lopen. Het zit namelijk zo: het duurt ongeveer een uur, 1:15 dit jaar om precies te zijn, voordat de laatste loper gestart is. De snelste lopers doen er ongeveer 40 minuten over en aangezien het parcours een lus is, lopen ze elkaar tegemoet. De laatste startvakken starten dus ook in een zijstraat van de Groesbeekseweg.

Na een paar honderd meter komen de wegen weer samen en zoek ik Mike op. Al vrij snel zit ik lekker in m’n ritme en merk ik dat Mike niet meer achter me zit. Ik besluit gewoon zo door te gaan, “we zien wel hoe lang het goed gaat”.

Na een paar kilometers merk ik dat m’n kuit het niet leuk vindt, helemaal met die heuvels komt het er natuurlijk ook wel op aan, maar ik kan doorzetten en de pijn verbijten.

Toch knaagt het aan me, ik merk ook dat ik me niet helemaal kan focussen. Het lukt me ook niet om m’n tijden goed in de gaten te houden. Lig ik nou op schema of niet? M’n gevoel zegt van wel.

Inmiddels ben ik alle bekenden al kwijt, maar alleen loop je hier natuurlijk niet. Ik loop wat tussen de groepjes, word door veel lopers ingehaald, maar ga er zelf ook zeker een aantal voorbij.

De heuvels? Ja die doen pijn, ik kom elke keer redelijk vermoeid boven om vervolgens, voor mijn gevoel, weer volledig fit beneden aan te komen.

Op het 10km punt lig ik nog steeds op schema, denk ik. Dan komt de laatste beklimming, een pittige, niet zozeer omdat hij steil is, nee, vooral omdat hij zo lang is. “Als ik hier goed boven kom, is het alleen nog naar beneden. Dan kan de gaskraan open en op naar de finish” denk ik, als ik bijna boven ben.

Maar zodra ik boven ben merk ik het al, dit wordt niks. De pijn wordt erger en trekt door naar m’n knie. Ik begin steeds meer te balen, ik begin te beseffen dat ik het niet ga halen. Toch hou ik stug vol dat ik het kan halen.

Helaas, met nog 3km te gaan is het over, ik hou het niet meer vol. Ik stap uit. Direct word ik door een gepensioneerd stel aangespoord om door te gaan, niet opgeven. “Helaas” zeg ik, waarop de man zegt: “Ah, haas”. Hmm ja dat had ook nog gekund, maar nee, het is echt “Helaas”.

Dan komt Mike aan lopen, hij ziet me staan en steekt vragend z’n armen omhoog. Ik besluit met hem mee te gaan lopen en leg hem uit wat het probleem is. Ook dit tempo hou ik niet vol en na een paar honderd meter besluit ik weer te stoppen. Nu wandel ik achter de rij toeschouwers, shirt over m’n hoofd, Zevenheuvelenloop 2016 is uitgelopen op een deceptie.

Ik besluit rustig te gaan joggen, wandelend duurt het wel heel lang. Ik baal, schaam me zelfs. Zoveel toeschouwers, allemaal juichen ze ons toe, ook mij, maar op dit moment wil ik alleen maar over die finish zijn, de kroeg in: aan het bier.

De bordjes langs de weg vertellen me hoe ver ik nog moet: 500 meter, 400, 300, 200, 100, 50.. Hèhè, ik ben er. M’n tijd valt me nog alleszins mee: 1:04:47. Ik neem m’n medaille in ontvangst, was m’n gezicht en haal m’n tas op. Zodra ik op m’n telefoon kijk en het thuisfront inlicht begint het echte balen pas, de tranen springen nog net niet in m’n ogen. “Gelukkig ben ik nog even alleen” denk ik, sterker nog: ik zeg het ook. Gelukkig komt al snel het besef dat het gewoon niet anders is, er komen wel meer kansen.

We hebben er naar de tijd nog een gezellige middag en avond van gemaakt, al met al was het toch nog een mooi dagje.

Nijmegen, bedankt! Zevenheuvelenloop, voor mij blijf je het mooiste loopje van Nederland!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar